DUIVENKLOKKEN DE POSTDUIF LINKS CONTACT

Duivensport

Geschiedenis van de duivensport

Registratie

Een korte introductie in de duivensport

Als je niet bekend bent met de duivensport, hierbij een korte beschrijving:

Wanneer een jonge duif geboren wordt krijgt hij een ring die hij voor de rest van zijn leven draagt. Het is bij een jonge duif mogelijk om een ring om te doen totdat een duif ca. 7 dagen oud is. Is een duif ouder dan is zijn poot te groot om nog een ring om te doen. Hierdoor is het na deze tijd ook niet meer mogelijk om de ring af te doen.

De vaste voetring
De ring die de duif heeft omgekregen is een soort paspoort. Elke ring, waar ook ter wereld bevat de volgende informatie: Land van herkomst, jaartal en een uniek nummer. Bij de ring hoort ook een eigendomsbewijs, zodat de eigenaar altijd kan bewijzen dat hij de eigenaar is.

Als een duif ongeveer 30 dagen oud is, begint hij rond het huis te vliegen en vliegt dan soms al een paar kilometer weg, maar hij komt altijd terug!


Duivenringen

Na ongeveer 3 maanden is het mogelijk om een duif ongeveer 50 kilometer weg te brengen, vanwaar hij weer naar huis zal vliegen.

Dit is het tijdstip waarop je met een duif wedstrijden kunt gaan vliegen!

De duivenmelker neemt zijn duiven mee naar een vereniging waar hij andere duivenmelkers ontmoet.

In de vereniging worden de duiven in een reismand gedaan, dit wordt het het inkorven genoemd. Bij het inkorven krijgt elke duif een een rubberen, elastische ring, de gummiring.

De duiven vliegen nu wedstrijden van ongeveer 90 to 1200 kilometer (jonge duiven tot 500 kilometer)

Als de duif na een wedstrijd thuiskomt kan de duivenmelker de gummiring eenvoudig af nemen zodat hij in de klok gestopt kan worden. De aankomsttijd wordt vervolgens in de duivenklok vastgelegd.


Gummiringen
Om te beoordelen welke duif een wedstrijd heeft gewonnen worden de volgende gegevens gebruikt:
De coordinaten van de plek waar de duiven zijn losgelaten
De coordinaten van de plek waar de duiven aankomen
De tijd van loslaten
De aankomsttijd
Het resultaat hiervan is een snelheid in meters per minuut. De duif met de meeste meters per minuut is de winnaar.

Een korte introductie in de geschiedenis van de duivensport


Om te begrijpen waarom de duivenklok is uitgevonden, hierbij eerst een stukje geschiedenis.

De postduif was reeds in de oudheid bekend als teken van vrede. Later kwam men er achter dat de postduiven ook van grotere afstanden de weg naar huis wisten te vinden.

Kapitalen zijn er verdiend door mensen zoals de bekende bankier Rotschild en de heer Reuter van het bekende persbureau die zichzelf voorzagen van voorkennis. Op het moment dat de postduif zijn informatie had afgeleverd was de postkoets nog dagen onderweg.

In het begin van de 19e eeuw kwam men er achter dat de postduif ook gebruikt kon worden in een competitie.

We weten dat er al wedstrijden waren in 1806 en in de informatie die ik gevonden heb werden er zelfs al vluchten georganiseerd van Antwerpen naar Londen in 1816.

In die tijd was het vervoeren van de duiven door gebrek aan vervoer meestal een taak voor lopers. Vele weken waren ze onderweg met een aantal duiven op de rug, om na de lossing weer naar huis te lopen.
Een enorme verbetering was de komst van de trein. Vanaf 1859 konden de duiven per trein en dus steeds massaler vervoerd worden wat de sport aanzienlijk populairder maakte.

Met name in de mijnstreken was de duivensport ongekend populair. Ik denk zelf dat dat was, omdat men de hele dag onder de grond zat in een bijzonder ongezonde omgeving en dat de duiven een gezonde bovengrondse afwisseling waren.

Een andere, niet onbelangrijke, reden was het inkorven van de duiven. Dit gebeurde over het algemeen in de lokale kroegen. Een mooie reden om legaal een biertje te drinken zonder thuis iets uit te hoeven leggen.

Na de eerste wereldoorlog zijn er waarschijnlijk veel duivenmelkers bijgekomen door de prestaties van postduiven in de oorlog. Veel mensenlevens zijn gered door de berichten die de duiven konden bezorgen. Deze heldenstatus heeft naar alle waarschijnlijkheid veel mensen ertoe bewogen om ook met duiven te beginnen.

Een korte introductie in de registratie van wedstrijdduiven


De registratie van de duiven was in de begintijd redelijk eenvoudig. De duiven hadden nog geen vaste voetring, maar kregen voordat ze weg gingen een stempel op de vleugel, het z.g. vleugelmerk. De duiven die thuis kwamen werden meegenomen naar het lokaal en werden daar in een hokje gestopt. De eerste duif was de winnaar. Lange tijd vormde dat geen enkel probleem en was het goed werkbaar, ondanks het feit dat men toen ook al wist dat het ene hok verder van de lossingplaats verwijderd was dan de andere. Een vlucht kon immers weken openstaan en het kwam regelmatig voor dat er maar een of twee duiven op een dag thuiskwamen.
Time registration with a normal clock, ca. 1880

Toen de sport aan populariteit won, werd dit steeds lastiger te handhaven aangezien er steeds meer duiven op dezelfde dag binnenkwamen. De mensen die dichter bij de lossingplaats woonden kregen steeds meer voordeel ten opzichte van de mensen die verder woonden en dus werd het tijd om de vliegtijd te gaan verrekenen in meters per minuut.

Voor de registratie van de tijden werd in eerste instantie geëxperimenteerd met gewone klokken en later met industriële stempelklokken. In Nederland werd vroeger een horloge in een verzegeld bierglas geplaatst. Een waarnemer schreef de tijd dan op als de duif aankwam. In grotere steden was op meerdere plekken tijdens een wedvlucht een waarnemer met een horloge in een bierglas te vinden.

Het transporteren van de duif naar het lokaal gebeurde in een speciaal daarvoor ontworpen zak. Een houten plankje met daaraan de stof geniet. De zak kon in de hand of tussen de tanden vervoerd worden.

De eerste die een klok maakte speciaal voor de duivensport is van den Bossche uit Oudenarde. Dit was rond 1885. De klok bevatte een uurwerk, een stempelmechaniek en een papierband. De klok was zo geconstrueerd dat het geheel afgesloten was met een koperen plaat met daarin een uitsparing waar men het vleugelmerk kon opschrijven. Zo kon men later de juiste tijd bij de juiste duif plaatsen.

In dezelfde tijd begonnen al snel andere fabrikanten ook duivenklokken te maken. Een bekend voorbeeld uit die tijd is de constateur Remy, maar het is ook de begintijd van Toulet, die een trommel met vakjes had gemaakt. In elk vak werd een briefje met het vleugelmerk gestopt en de tijd werd vastgelegd op 2 cadranzen. Bijzonder aan de Toulet klokken is dat de klokken vrijwel ongewijzigd gemaakt zijn tot ca. 1970.


Duivenzak, ca. 1890
In 1888 werd door Jules Rosoor in Frankrijk de gummiring uitgevonden. Een eenvoudig rubberen ring die de liefhebber eenvoudig van de poot af kon trekken. Dit was echt een enorme verbetering, want men hoefde niet meer met de duif naar het lokaal, alleen de gummiring volstond.

Dit kwam de gezondheid van de duiven ook bijzonder ten goede, aangezien men alleen maar probeerde om de duif zo snel mogelijk in het lokaal te brengen. Dat de duif heen en weer geschud werd en de week erna waarschijnlijk niet zo goed zou presteren, daar werd op dat moment niet aan gedacht. Hele boeken zijn er waarschijnlijk te vullen over het lopen met de gummiringen. Zo huurde men soms lopers in, want met een snelle loper was immers tijd te winnen. Maar er waren ook lopers die tijdens het rennen de ring in de mond deden om hem niet te verliezen. Het is waarschijnlijk meer dan eens voorgekomen dat een loper viel en per ongeluk de ring doorslikte...

Voor de eerste klokken zoals de Van den Bossche en de Remy betekende de gummiring een aanpassing in het ontwerp. Er moest immers een ringtrommel in de klokken komen om de ringen in op te slaan. Voor een klok als de Toulet had het geen gevolgen omdat men de ring gewoon in de gaatjes kon gooien.

Zo rond 1895 was er inmiddels een wat groter aantal fabrikanten die zich toegelegd had op het produceren van duivenklokken. Met name in het Duitse Schwenningen am Neckar. Hier waren bedrijven als Benzing, Schlenker Grusen en Bürk die klokken maakten onder eigen naam, maar die ook een groot deel van andere merken produceerde. Met name Bürk maakte veel klokken voor o.a. Conradt, Levebvre, Lejeune en nog een paar. Schlenker Grusen maakte o.a. klokken voor Habicht en later voor Plasschaert. Een aparte vermelding waard is de duivensport in Duitsland op dat moment. Waren er in het buitenland al heel veel verschillende klokken te koop, waarvan een groot deel in Duitsland geproduceerd, in Duitsland zelf begon men pas na 1896 echt klokken te gebruiken. Tot die tijd werden nog steeds de zakken gebruikt om de duif mee naar het lokaal te nemen. Buitenlandse klokken zijn eigenlijk nooit verkocht in Duitsland.

Alle hiervoor beschreven klokken waren zogenaamde verenigingsklokken. In de vereniging waren een of meerdere klokken waar men de ringen in deed. Deze klokken hadden dan ook meestal ruimte voor veel ringen. Met name de Duitse klokken uit die tijd hadden ruimte tot wel 70 duiven. In de periode hierna kreeg men constateerpunten zodat de liefhebber niet meer zo ver hoefde te lopen. Je ziet dan ook direct dat de klokken kleiner en handzamer worden.

De eerstvolgende grote verandering in het constateren vond plaats in 1993 toen de firma Diehl met een electronisch klok systeem kwam.

Electronische constateersystemen kom je op deze site niet tegen. Deze site is volledig gericht op de mechanische systemen.


©2010 Gerwin Basch